Interview Eindhovens Dagblad

Angelo: 'Als eerste een shout out naar al onze vrienden en partners, die deze mooie reis mogelijk hebben gemaakt. Zij hebben er mede voor gezorgd dat Emoves een landelijke erkenning heeft gekregen van de BIS (Basis Infra Structuur).'

Op 16 mei jl. publiceerde het Eindhovens Dagblad een artikel over de succesvolle urban arts scene in Eindhoven. Het artikel geeft inzage in Angelo's krachtige bijdrage aan de ongekende groei die de scene de afgelopen 20 jaar heeft doorgemaakt. Het artikel laat zien hoe je d.m.v. een sterke community, creatieve ideeën en met doorzettingsvermogen een landschap kan doen laten veranderen.

‘De tijd van pionieren ligt inmiddels ver achter ons en de kansen en mogelijkheden zijn, letterlijk, grenzeloos. Er zit zoveel kracht in onze community en er is nog zoveel terrein te winnen. Met Collabros zijn we druk bezig om zowel nationaal als internationaal street culture ruchtbaarheid te geven,’ aldus Angelo.

Online versie van het artikel in het Eindhovens Dagblad van 16 mei 2020: Angelo Martinus tilde urban scene Eindhoven van de grond

 


Van busreis tot festival. Interview LKCA

We treffen Tyrone (op de foto tweede van links) op zijn werkplek in Rotterdam, met uitzicht op langskomende treinen en geeltjes op de muren met het festivalschema. Aantrekkelijke namen voor sessies als ‘the perfect beat’ en ‘female leadership’ trekken de aandacht. Sidekick Mario is druk bezig met de laatste hand aan de programmering.

Tyrone: “Ik wil met veel mensen in gezamenlijkheid iets doen mét kwaliteit. Ik ben niet van ‘met z’n allen één groot feestje’, het moet wel kwaliteit hebben.” We nodigen vaak ook internationale partners uit die een eigen onderdeel verzorgen op het festival. De centrale regie berust wel bij een kernteam. Tyrone is tenslotte een organisator pur sang, zoals zijn vroegere bijnaam ‘Orga’ bewijst. Alleen dan wordt het voor velen een groot feestje!

“De hiphopcultuur is belangrijk voor mij en die wil ik op de juiste manier naar voren helpen. De cultuur, het erfgoed, de goede dingen van hiphop. Diep van binnen wil ik iets betekenen daarin, voor mezelf en voor anderen.”

Van busreis tot festival

“Ik ben naar Rotterdam gekomen vanuit Twente. In ‘94 kwam ik hier studeren. Door mijn liefde voor hiphop kwam ik al snel terecht in een hiphopcollectief. Je had een heel klein winkeltje, Urban Unit, een van de eerste urban life style winkels, vooral graffiti gerelateerd. Daar raadden ze me aan om naar coffeeshop Twilight te gaan aan de Nieuwe Binnenweg. Dat was een echte hiphop hangout.” En dan komt het moment dat Tyrone zijn uitbundige verjaardags-feesten uitbouwt tot iets groters: “Ik had de videoband ‘Battle of the Year’ gezien en zo kwam het idee van een busreis. In die film zat alles van hiphop, van de muziek tot de hele cultuur. Ik bedacht dat we wel naar het WK Breakdance konden gaan.”

Het organisatietalent van Tyrone blijft niet onopgemerkt: “Ze kenden me van die busreis, dus in ’97 kwam Nighttown dat ze een festival wilden doen. We pakten gelijk die hele hiphopcultuur. Het was een 3-daags festival met als rode draad breakdance. Als naam verzonnen we toen IBE “International Breakdance Event”, omdat we niets anders konden bedenken.”

Van 1998 tot 2005 vindt het IBE plaats in Nighttown en maakt het furore. Dan gaat Nighttown ter ziele en is er even niets. In 2008 verhuist het festival naar Heerlen.

De dynamiek van de underground: 1999 – 2005

Tyrone vertelt over de opkomst van de hiphopdans in Rotterdam, waarin hijzelf maar ook mensen als Aruna Vermeulen, Mario Walden en Lloyd Marengo een grote rol speelden. “Er was wel hiphop in Rotterdam, maar dat was in populariteit ultimate low. In het begin van de jaren ‘90 ging het alleen maar over hardcore, gabber en happy house. De plekken voor hiphop waren minimaal. Toch is dat goed geweest, want vanuit die underground is het heel erg omhoog kunnen komen.”

Waar Aruna zich meer richtte op Rotterdam, koos Tyrone voor het internationale circuit.
Tyrone studeerde toen nog ‘international business and languages’ en ging stage lopen bij Mojo Concerts. Ook programmeerde hij Planet Rock, een hiphopevent in Eindhoven waar 3500 mensen op af kwamen. Andere evenementen in Rotterdam waren National Phonographic, een DJ en Turntablist Festival, het NK Breakdance en Black Soil. Jarenlang was er het ‘ACT Hip Hop Theater Festival’ waaraan alle Rotterdamse theaters en podia meededen, een voorloper van het nu in Londen internationaal vermaarde Breakin’ Convention. Het is een bloeitijd waarin hiphop richting mainstream gaat: “Mario was toen nog danser: bij 010 BBoyz. Hij heeft zelfs voor de koningin gedanst, bij het Scapino ballet en met Conny Janssen Danst. Aruna Vermeulen begon met ‘Gimme a Break’ en de start van het Hiphophuis. Dat was een gigantisch dynamische tijd. Alles begon vorm te krijgen.”

Een huis voor de hiphopwereld

Ook het IBE neemt een grote vlucht. Tyrone: “In het begin deed ik maar wat. Later kom je er achter dat je de juiste personen een podium hebt gegeven. Ik word er blij van als ik zie dat mensen beter worden en er hun carrière van kunnen maken.” Tyrone laat het festival niet meer los: “Hier ligt mijn hart, bij IBE. Ons onderscheidend vermogen is dat het een huis geeft aan de hiphopwereld. Dat vind je op veel andere plekken niet. Toen al kozen we voor de festivalopzet, met bijvoorbeeld een yogaworkshop in de basement. Wat ik vervelend vond was dat Nederlanders weinig zichtbaar waren in de programmering. Slechts 5% was Nederlands. Pas de laatste jaren is daar verandering in gekomen. Met name bij Breakdance zijn we nu leading. Daar heeft het IBE een rol in gespeeld.”

Wat het IBE ook bijzonder maakt, is dat het in landen over de hele wereld op zoek gaat naar talent: “Wij showcasen met alle mogelijke moeite de Oekraïners, de Venezolanen. Laat ik het zo zeggen, met een metafoor van olie: de pure hiphop is ruwe olie. Afgeleide vormen zijn hiphoptheater, een hiphopband, een graffititentoonstelling in de Bijenkorf. Er zijn maar een paar mensen die weten waar ze naar ruwe olie moeten zoeken. Wij zijn daar goed in.” En: “In Nederland heb je het gemaakt als je met je graffiti een expositie in het Rijks krijgt. In Sao Paolo als je alle gebouwen hebt gedaan. Ik ben blijven strijden voor de puurste vorm, dat die respect krijgt. Meestal wordt een afgeleide van hiphop erkend in de gevestigde wereld. Beleids-makers en programmeurs vinden de afgeleide producten interessant, van dans, muziek, graffiti, fashion. We hebben goede voorbeelden van de echte hiphop en die moeten we begeleiden. In het DNA van hiphop moet een stukje ontbering zitten. Jonge mensen die niks hebben en daaruit hun cultuur creëren. Ergens werkt alle hulp die je krijgt de hiphop tegen.”

Petje af en schoenen uit

Het is een dilemma: ga je jongeren opleiden of moeten ze het pad van ontbering volgen en ligt de scholing dus op straat? Tyrone: “Je moet eerst accepteren dat wij ook een geschiedenis hebben. Hiphop komt voort uit ‘rebels zijn’, ‘geen geld hebben’, daarom werkt het ook goed bij jonge mensen. Als je daar artiesten in wilt creëren, dan moeten ze dat pad van ontbering hebben.”

De echt grote talenten ziet hij niet via de dansopleidingen komen: “Als je vraagt aan de jongeren die een dansopleiding beginnen dan zeggen ze allemaal dat ze bij Beyoncé willen dansen of bij Madonna. De jongens die daar dansen, zijn allemaal op IBE geweest. Je moet onderop beginnen en een MBO of HBO opleiding is geen garantie. Het issue dat ik heb met al die opleidingen is dat jongeren afkomen op een valse belofte. Ze doen aan het eind van hun opleiding hun petje af en hun schoenen uit en dan krijg je goede moderne dansers. Dat is ook okay, maar het is geen hiphop. Ik ken jongens die bij Madonna dansen die uit straatarme wijken in Brazilië of Frankrijk komen. Timor heeft zijn dansopleiding niet afgemaakt, maar is gewoon afgereisd. Zo is het hem gelukt.”

Hiphop en dansopleidingen zijn volgens Tyrone twee verschillende dingen: “Je moet die dingen naast elkaar leggen, de ontwikkeling moet van onderop komen, dat is een weg. De andere weg zijn de opleidingen, maar dan kom je op iets anders uit.”

Toch wil hij wel een vorm van hiphopeducatie: “In Jazz heb je de “Jazz Tree”: van het ontstaan tot het heden. Zoiets zou ik wel willen voor de hiphop in Nederland. Dat je vandaaruit kunt leren. Maak dan in plaats van 20 urban dansopleidingen op MBO’s gewoon 1 goede.”

Commercie of cultuur

De toekomst van The Notorious – onder welke naam het IBE zich sterker wil profileren – ligt in de connectie met commercie: “De commercie wil alleen kwaliteit, daar is nog ruimte voor de ruwe olie. Door zo internationaal te zijn, zijn wij ook commerciëler geworden, minder cultureel. Wij hebben partijen nodig als Nike of Red Bull. We willen dat het een totaalevent wordt. We hebben daarbij een dikke vette voorsprong op andere events. IBE is eigenlijk te klein voor alles dat we willen programmeren: ook hiphop uit Afrika en het Midden-Oosten.”

In zo’n 5 jaar tijd heeft Tyrone het publiek zien veranderen: “Het publiek wil op allerlei manieren gepleased worden. Lifestyle is belangrijk. Als festival moet je daarop inspelen, dat alles klopt van de aandacht voor gezond leven tot de muziek.” Een nieuwe ontwikkeling bij de jongeren is dat ze vanuit zichzelf multidisciplinair zijn. Wat onze generatie lastig vindt is dat de kids van nu geen geduld hebben om een ruw product te zijn. Ze hebben geen besef van de geschiedenis, dat kan resulteren in een vorm van luiheid. Maar als wij een goed festival maken, zijn ze wel geïnteresseerd in the big picture, het maatschappelijke verhaal.”


Trend paper on urban culture in Journal of Tourism Futures

The article appeared in Journal of Tourism Futures 3rdFebruary 2020 as a trend paper. The article illustrates the added value of urban culture to creative placemaking by addressing the initiatives of Dutch pioneers Tyrone van der Meer and Angelo Martinus in the field of urban culture. The article provides a glimpse into a global youth culture that is mainly invisible to the tourism industry and a foresight in how the tourism industry can pick up on this evolving trend. The article is meant as a wake-up call.

Read the full article.

 


Angelo Martinus wint Cultuurprijs

Rabo Publieksprijs: Jury Rapport
Angelo Martinus is de ambassadeur als je het hebt over Urban in Eindhoven. Naast dat hij het boegbeeld is voor de hele scene is hij een kartrekker, maar ook een verbinder. Binnen de Urban scene is er niemand die hem niet kent. Maar ook daarbuiten weet hij partijen met Urban te verbinden. En dat is hetgeen wat hem zo bijzonder, uniek en onderscheidend maakt. Door de doelgroepen te verbreden met bijvoorbeeld projecten als

Old Skool, waarbij ouderen met Urban in aanraking komen, weet hij meerdere mensen enthousiast te maken voor het fenomeen Urban en de impact te vergroten. Zonder hem was er geen bloeiende ontwikkeling op Urban arts in Eindhoven. Want wie Eindhoven zegt, zegt ook Urban en dat hebben we voor een groot deel te danken aan Angelo.

Over de Eindhoven Cultuurprijs
Cultuur Eindhoven reikt ieder jaar de Eindhoven Cultuurprijs uit in twee categorieën: de Stimuleringsprijs en de Waarderingsprijs. De winnaars worden gekozen door een jury, dit jaar bestaande uit: voorzitter Angelique Bellemakers, Esther van Kalken, Gerard Zwartkruis, Marjolein Calon en Annemarie Pijnappel. De prijs bestaat uit een geldbedrag van €7500 en een bijzonder beeld gemaakt door Edhv.
Naast beide prijzen wordt er in 2019 voor het derde jaar tevens een Rabo Publieksprijs uitgereikt ter waarde van €7500. Rabobank Regio Eindhoven heeft deze ter beschikking gesteld voor de genomineerde met de meeste stemmen.

*Bericht Cultuur Eindhoven

https://www.youtube.com/watch?v=17jrLQBSqv4


Van Buurthuis naar BIS. EMOVES deel 3

“Urban is een uitnodiging om elkaar te ontmoeten.”

Mary-Ann Schreurs en Angelo Martinus over de toegevoegde waarde voor de stad.

Tijdens de vorige artikelen kwam regelmatig naar voren dat de verhoudingen tussen de gemeente en de hiphopgemeenschap zijn veranderd. Een mooie aanleiding om dat verhaal eens van twee kanten te bekijken. Raadslid en voormalig wethouder Schreurs en met oud EMOVES directeur Angelo Martinus lichten toe waarom de cultuur de ruimte moet krijgen.

“Toen ik tijdens Step In The Arena door De Berenkuil liep, zag ik een jongetje in een skelettenpak poseren voor een van de pieces waaraan dat weekend gewerkt is”, vertelt Mary-Ann Schreurs, raadslid en voormalig wethouder in Eindhoven. “Pas op, de verf is nog nat”, waarschuwde de maker van de piece de moeder van het jongetje, die klaarstond om met haar telefoon een foto te maken. Ze verontschuldigde zich, alsof ze in de weg stonden. “Oh nee, dat geeft niet,” reageerde de maker, “maar het is zonde als er straks verf op zijn pak zit.” Of ik deze anekdote wil opschrijven, vraagt Mary-Ann. Want: “Dat sociale, dát is urban.”

Als wethouder Cultuur, Innovatie en Openbare Ruimte (2010 – 2014), als wethouder Ruimtelijke Ordening (2002 – 2006), maar ook als raadslid in de jaren daarna heeft Mary-Ann Schreurs de hiphopcultuur in Eindhoven vanuit het stadhuis zien opbloeien. Daarover is ze uitgesproken enthousiast: “De urban cultuur is toegankelijk voor iedereen. Dat zie je terug in De Berenkuil tijdens Step In The Arena: daar komen gezinnen op af, maar je ziet er ook mensen met grijs haar rondlopen. De makers zijn toegankelijk. Ze leggen uit, willen samenwerken. Dat is wat cultuur moet zijn. Urban is een uitnodiging om elkaar te ontmoeten.”

“Vroeger,” illustreert ze, “was cultuur een uiting van klasse. Als je uit de hogere klasse kwam, ging je naar opera. Ook als je niet van opera hield. Jongeren denken niet meer in die hokjes. Urban is van iedereen, en dat moet je de ruimte geven.”

De eerste edities van wat later EMOVES zou worden, zijn georganiseerd met “houtje-touwtje-financiering”. Schreus roemt daarin de urgentie van de makers en de kartrekkers: “Als zij iets willen doen, werken ze door tot het voor elkaar is. Het zijn aanpakkers.” Maar het maakte de noodzaak  inzichtelijk. Het enthousiasme van Schreurs werd uiteindelijk breed gedragen in de gemeenteraad: de hiphopgemeenschap kreeg een plek in de Eindhovense basisinfrastructuur. Terecht, licht Angelo Martinus, artistiek directeur van EMOVES toe: “Mensen bij de gemeente en in de raad zagen: als we deze jongens een euro geven, maken ze er twee van. Van de eisen die ze aan culturele instellingen stellen, tikken we bijna 100% aan. Dat we nu in de basisinfrastructuur zitten, betekent dat we structureel geld krijgen. Voorwaarde was wel dat we onze krachten gingen bundelen; dat werd de coöperatie EMOVES. Het was voor ons een vreemde wereld maar we hebben erin leren meebewegen. We krijgen nog steeds een fractie van wat de rest krijgt, maar het is voor ons superfijn om te weten dat je ook volgend jaar die bijdrage krijgt. Voorheen was het elk jaar hustlen en wist je pas in februari wat je in juni zou kunnen doen en dan was het krap aan. Dit geeft erkenning en zekerheid voor ons hele team en al onze evenpartners.”

Nu de hiphopcultuur een vaste plek in de stad heeft verworven, zwaait Angelo af als artistiek directeur. Hij wil zijn boodschap verder verspreiden: “Urban is hot, iedere stad wil daar iets mee. Er gebeurt ook veel, maar wat mij stoort is dat het dan vaak de trendy commerciële bureautjes zijn die dan maar iets met hiphop of urban gaan doen omdat het hip is. Ik kreeg zoveel vragen uit andere steden om ze te helpen dat ik daar nu gehoor aan wil geven.”

Dat wil niet zeggen dat de succesformule van Eindhoven één op één kan worden toegepast: “Als ik Fresku, The Ruggeds en zoveel anderen uit de gemeenschap niet tegen was gekomen, was ik niet geworden wat ik nu ben. Als je mij in Lutjebroek neerzet heb ik binnen twee dagen de hiphopcommunity in kaart gebracht. Dat lukt ambtenaren en hippe projectbureaus niet. En ik wil graag dat als er geld besteed wordt aan de cultuur, dat het ook bij de cultuur terechtkomt.” En om dat te bereiken is er toch één ding dat andere steden van Eindhoven kunnen leren, legt Angelo uit: “Wat ik vooral wil doen is mensen adviseren om te luisteren naar de mensen in hun eigen stad.”


Van Buurthuis naar BIS. EMOVES deel 2

Een prachtig drieluik over het succes van Urban Eindhoven. Het succesverhaal van Angelo Martinus beschreven door Marco Mertens.

“In de hiphopcultuur denk je niet na over diversiteit, het is er gewoon.”

Tijdens het Urban Culture Weekend gaven de diverse partijen die Urban Eindhoven rijk is – onder de vlag van EMOVES – een kijkje in hun keuken. Dompel je onder in demonstraties en workshops van skateboarders, dj’s, bmx’ers, spoken word-artiesten en meer. De hiphopcultuur heeft haar vaste plek in Eindhoven verworven. Aanjager Angelo Martinus legt uit hoe de community dat zelf voor elkaar bokste.

Het is 2011 en Brabant heeft de ambitie om Culturele Hoofdstad 2018 te worden en daar moet een bidbook voor komen. Angelo Martinus, inmiddels artistiek directeur van coöperatie EMOVES, krijgt de vraag of Eindhoven in zes jaar tijd het grootste Urban Culture Festival van Europa kan hebben. “Zij dachten: als we dan die culturele hoofdstad worden willen we ook een heel divers aanbod hebben,” licht Martinus toe, “niet alleen de higher arts die zichtbaar worden. Want dat gebeurt vaak met die culturele hoofdsteden: het museum en het muziekgebouw krijgen een impuls, maar hetgeen dat bottom-up is georganiseerd pist vaak naast de pot.”

Angelo, toen nog werkzaam vanuit zijn eigen projectbureau Mad Skills, gaat de uitdaging aan. Zijn partners kiest hij voorzichtig: “Ik ben met partijen als Boogie Down Breda en World Bboy Classic uit Rotterdam gaan praten, die zaten al in ons netwerk. Vaak zie je dat urban een makkelijke manier is om te laten zien dat er aan diversiteit wordt gedaan en dat jongere doelgroepen worden bereikt. Wij willen in Eindhoven vooral gehoor geven aan de hiphopcultuur en urban sports. Altijd vanuit de gedachte dat daar een community achter moet zitten, we gaan dat niet zelf verzinnen.”

Er komt een plan, maar de Culturele Hoofdstad-titel gaat niet naar Eindhoven: “Toen bekend werd dat Leeuwarden de culturele hoofdstad zou worden waren we één dag een beetje down, maar daarna heb ik iedereen gebeld en gezegd: we hebben een heel gaaf plan, kunnen we niet alsnog proberen dit voor elkaar te krijgen?”

Met beperkte middelen komt de eerste editie van EMOVES van de grond. Er wordt door diverse partijen al het een en ander georganiseerd en Martinus zorgt dat dit in twee weekenden gebundeld wordt: “Ik regelde de locaties en wat budget voor de marketing en promotie. Alle partners deden wat zij konden doen. Het werd een succes. Het was druk en ook de gemeente zag het. Het jaar erop kregen we een kleine bijdrage van de gemeente maar ook van een aantal sponsoren. Dat is door de jaren heen gegroeid.”

Hoewel de toegevoegde waarde van deze organiserende partijen binnen de community zelf wel zichtbaar is, kost het tijd voordat de gemeente haar steun geeft.  Martinus licht toe: “Praten vanuit passie, vanuit onze eigen visie op hiphopcultuur, dat gaat niet werken. In 2014 hebben we een aantal mensen, die vanuit die klassieke cultuur dachten en werkten, gevraagd om mee te lopen. Ze waren verbaasd over onze aanpak: alles bottom-up, geen dure payroll van mensen die in dienst zijn, geen vergadercultuur. Altijd vanuit community-denken. Dat hebben zij opgeschreven in de taal van de overheid, in het document ‘Wij zijn urban Eindhoven’. Daar stond in wie we zijn, wat we doen, hoe we dingen doen en hoeveel we bereiken op jaarbasis. Dat vergeleken we met andere partijen in de stad en toen werd voor het eerst zichtbaar dat we geweldige cijfers haalden, maar dat we er nooit mee pochten.”

Niet alleen de cijfers zijn indrukwekkend; ook in de diverse samenstelling van het publiek verschilt EMOVES van andere culturele partijen in de stad. Dat het festival een jong en cultureel divers publiek bereikt, ziet Angelo echter niet als iets bijzonders: “Wij zagen het als vanzelfsprekend dat de ene helft donker is, de andere Chinees, de andere Nederlands. Hoogopgeleid, laagopgeleid; wij stonden er nooit bij stil. We kwamen erachter dat dit een belangrijk punt is voor overheden en dat niet alle organisaties daaraan voldoen. Ik zou het heel raar vinden als ik tegen The Ruggeds zou moeten zeggen: jongens, er zitten nu teveel Surinamers in, want volgens de richtlijnen van de gemeente hebben we nu een hoogopgeleide Nederlander nodig. In de hiphopcultuur denk je niet na over diversiteit, het is er gewoon.”


Van Buurthuis naar BIS - EMOVES Deel 1

Een prachtig drieluik over het succes van Urban Eindhoven. Het succesverhaal van Angelo Martinus beschreven door Marco Mertens.

“Dat betekent dat wij dat ook kunnen” // deel I

Hoe het verhaal van EMOVES begon op een zolder in Woensel

Op 21, 22 en 23 juni aanstaande vindt het Urban Culture Weekend plaats. Onder de vlag van EMOVES vind je demonstraties en workshops van alle disciplines die Urban Eindhoven in huis heeft. Noem het een voorproefje op of nagenieten van de grote evenementen die de coöperatie door het jaar heen organiseert. Denk bijvoorbeeld aan World Bboy Classic, dat in september plaatsvindt. Of Step In The Arena, dat in het tweede weekend van juni hordes bezoekers naar De Berenkuil trok. De hiphopcultuur is niet meer weg te denken uit het Eindhovense straatbeeld: een mooie aanleiding om met kartrekker Angelo Martinus eens terug te blikken op hoe dat zijn oorsprong vond in een studio op een zolder van een Woensels jongerencentrum.

Toen Angelo Martinus in 2001 aan de slag ging als jongerenwerker, begon hij, zoals andere jongerenwerkers, met het organiseren van voetbal- en basketbaltoernooitjes. Als vrijwilliger was hij met een groep jongeren bezig op een veldje toen de toenmalige baas van Welzijn Eindhoven kwam kijken. Hij was verbaasd dat Martinus deze groep jongens, die als moeilijk te boek stond, in beweging kreeg. Het leverde Martinus direct een betaalde baan op. Angelo zelf was zich er niet van bewust dat hij iets anders deed:  “Deze jongens komen overeen met mijn eigen vrienden.”

“Ik zag in mijn jeugd veel criminaliteit om me heen maar ik heb het zelf nooit gedaan”, legt hij uit. “Hetzelfde met drugs. Maar ik kan me heel goed inleven waarom jongeren bepaalde keuzes maken. Op de een of andere manier prikt de jeugd er gelijk doorheen of je hen snapt of niet. Het grootste deel van de jongerenwerkers waar ik toen mee werkte, kwam rechtstreeks van een HBO-opleiding af, vaak uit de wat betere milieus. Die worden in een wijk gedropt met zowat alle culturen door elkaar, van beginnend crimineel tot zwaar crimineel tot geen crimineel; dan is het lastig om je daarin staande te houden. Als je die omgeving niet gewend bent, kan die heel intimiderend overkomen, terwijl hij dat eigenlijk niet is.”

Hoewel Angelo de jongeren  in de wijk kon bereiken, wilde hij graag meer de diepte in: “Ze waren bezig, maar konden hun verhaal niet kwijt. Wel bij mij in de gesprekken, maar niet in de vorm van de activiteiten die we deden. In die periode kwam Nederlandstalige hiphop op, met rappers als Raymzter, Lange Frans en Baas B. Die taalbarrière die het Engels toch met zich meebrengt, was op een gegeven moment weg en de jongeren begonnen te rappen. Ze waren teksten aan het schrijven; in volgorde aan het zetten. Ik ben mensen gaan motiveren: als je ‘fuck de maatschappij’ roept, waarom roep je dat dan? Lees eens een krant, onderbouw het. Speel met rijmschema’s.”

Het bleek het begin van een olievlek: “Je hebt ook iemand nodig die achter de knoppen zit. We scharrelden onderdeeltjes van een computer en hadden een eerste studiootje op de zolder van De Uitwijk voor elkaar. Ik zag dat die jongeren daar zó trots op waren; het was hún ding. Toen hadden ze beats nodig. Die haalden ze eerst van Soundclick, tot bleek dat er jongens in de buurt woonden die beats maakten. Er ontstond een community.”

Later werd dat aangevuld met de breakers die in de kelder kwamen trainen: “Op een zondag stond ik in de Heuvel Galerie, net als andere mannen bij het fonteintje voor de H&M te wachten met allemaal tassen van mijn vrouw en ik hoorde James Brown achter in de hoek. Het waren de breakers van Head2Toe. Na een paar minuten werden ze weggestuurd door een winkelier. Ik heb ze de kelder in Woensel aangeboden om te trainen, de dag erop stonden ze daar. De formule was simpel: je mag de ruimte 24/7 gebruiken – inclusief houten vloertje en spiegels – als je minimaal twee keer per week lesgeeft aan de kids in de wijk.”

Het duurde twee jaar voordat de eerste jongens vanuit De Uitwijk de weg naar het grote publiek vonden. Ook de breakers begonnen battles te winnen en op meerdere podia te dansen. Het bleek de best mogelijke motivator: “Fresku, Turk, R-Kay, Kempi; die waren wat verder dan de rest. Toen zij door platenlabels werden getekend ontplofte er een bom: Een jongen uit Woensel die getekend wordt en op de grotere podia in Nederland staat; dat betekent dat wij dat ook kunnen.”

Het project breidde zich uit: “ In 2007 werd het jongerencentrum te klein en toen zijn we met heel die groep van breakers, producers, rappers en filmers verhuisd naar Dynamo. Onder de noemer Hiphoplab 040 organiseerden we steeds meer events in de stad en alle deelnemende artiesten werden opgeleid tot docent. Door heel Eindhoven verzorgden we lessen. Ook dat bleef groeien. In 2011 zijn we met diezelfde groep verhuisd naar een leeg fabriekspand op Strijp-S. We merkten dat alle artiesten volwassen werden en het jongerenwerk was gewoon niet meer de plek om jezelf door te ontwikkelen. Men had een ruimte nodig die 24/7 beschikbaar was. Doordat Dynamo zo’n succesformule was geworden, moesten die ruimtes met teveel andere mensen gedeeld worden. Iedereen is zzp’er geworden, ik heb mijn baan daar opgegeven; dat was best spannend, maar het pakte goed uit.

Eindhoven had zijn eigen helden voortgebracht. Rappers waarmee de jongeren in de wijk zich konden identificeren, op hun zoektocht naar wat bij ze past. Zoals Angelo die, een jaar of tien eerder, zelf aflegde: “Eerst kwam ik bij Public Enemy terecht, maar ik was niet zwart genoeg om me écht te kunnen identificeren met hun boodschap. Toen de N.W.A.-fase. Ook dat vond ik vet maar ik herkende mezelf er niet in. Ik zag het licht met heel die Native Tongue-movement: A Tribe Called Quest, De la Soul; ‘hippie-hiphop’ noemde Fresku dat. Toen ik ‘I left my wallet in El Segundo’ hoorde dacht ik: dat is mij ook overkomen.” Lacht: “Niet in El Segundo, maar ik heb mijn portemonnee vast wel ergens laten liggen.”